Geplaatst door: 
Verhaal

De heer Oldeman, nazaat van een schippersgeslacht in ommen

 

 ‘Ik ben een geboren en getogen Ommenaar. De wortels van mijn familie liggen op en om de Vecht: Mijn voorvaderen waren namelijk schippers op de Vecht en voeren tussen Nordhorn en Zwolle op en neer. Door de vele meanders deden ze er wel zes dagen over om stroomopwaarts van Zwolle naar Nordhorn te varen.

In verband met de lage waterstand werden ’s zomers dammen gebouwd. De schippers moesten vervolgens wachten tot het water hoog genoeg was om weer een paar kilometer verder te kunnen varen. Bij deze dammen, waar de schippers lagen te wachten, ontstonden tapneringen. Ook een tak van mijn familie richtte enkele van deze zogenaamde schippersherbergen op. En weer een andere tak werd molenaar langs de Vecht. Mijn familiewortels liggen dus echt in deze streek. Maar er was binnen de familie altijd wel de behoefte om meer van de wereld te zien. Dat is natuurlijk ook inherent aan het beroep van schipper. Ik heb brieven gevonden van ene Harm Oldeman van zo’n 200 jaar geleden waarin te lezen staat dat hij over de Zuiderzee voer, naar Amsterdam toe. En hij schrijft over Leiden en den Haag met z’n mooie pleinen. En over de zee bij Scheveningen. Ook mijn overgrootvader voerde veel correspondentie, tot in Duitsland aan toe. In één van die brieven gaat het over een reis per trein vanuit Leiden naar Zwolle, waarna er verder gelopen zal worden naar Ommen. De koffers zullen worden meegegeven aan een schuit en zo over de Vecht worden vervoerd.

De schippers kwamen dus overal en trouwden ook vaak met vrouwen van elders. Voor hen was de wereld groter dan voor andere plattelandsbewoners. Er waren immers nog nauwelijks wegen in die tijd. In deze regio ging alles via de Vecht.

Ik heb thuis een fraaie mastwortel, met mooi houtsnijwerk en met als uiteinde een poppetje: Atlas met het hemelgewelf op zijn schouders. Deze mastwortel is altijd al in de familie geweest. Toen ik klein was lag hij bij ons op zolder en speelden we er mee. Ik vermoed dat hij afkomstig is van een oude zomp van één van mijn voorvaderen. De mastwortel werd vroeger op de mast gezet bij bijzondere gelegenheden. Er kon een vlag of vaantje aan bevestigd worden. In het scheepvaartmuseum in Amsterdam liggen drie van deze dingen, maar slechts één met een poppetje er bovenop.

Het beroep van schipper was fysiek zwaar. Mijn overgrootvader was al met elf jaar wees. Te jong om schipper te worden, daarom ging hij bij een horlogemaker in Zwolle in de leer. Hij had het daar naar zijn zin en wilde eigenlijk, ondanks enige sociale druk, niet terug naar Ommen. Maar tijdens de jaarlijkse Bissingh in Ommen ontmoette hij de dochter van de plaatselijke horlogemaker. Hij trouwde met haar en kwam zo weer terug naar Ommen.

Ook mijn grootvader en vader werden horlogemaker. Het ambachtelijke aspect was erg belangrijk voor hen. Ook ik hield van het knutselen en heb een opleiding tot horlogemaker gevolgd. Maar tegenwoordig worden horloges nauwelijks meer gerepareerd. Uiteindelijk was ik meer juwelier en opticien dan horlogemaker.’

 

 

Reacties