Geplaatst door: 
Verhaal

De molenaars van Radewijk: leven van de wind

Gerjan Nijeboer (1975) en zijn moeder Jo ter Voorde zijn telgen uit een oud molenaarsgeslacht. In 2011 is de molen 150 jaar in de familie. Sinds eind 2010 is Gerjan full time werkzaam op de molen, korenmolen Windlust, in Radewijk bij Gramsbergen. Hij volgde zijn opa op, de vader van Jo.

“Het was als kind niet mijn grote droom om molenaar te worden. Maar het is geleidelijk aan zo gegroeid dat ik hier nu uiteindelijk molenaar wordt. Dat heeft te  maken met hoe het in onze familie gelopen is. “

Moeder Jo vertelt: “Wij zijn bij de molen gaan wonen toen mijn broer overleed. Het was de bedoeling dat hij de molen over zou nemen, maar het liep allemaal anders. Mijn vader is vorig jaar overleden, tot een paar jaar geleden werkte hij nog volop in de molen. Die molen ging voor hem voor alles. Hij was een lieve vader en een verstandig mens. Maar hij heeft enorm veel opgeofferd om de molen in stand te houden. Mijn vader had er in de loop der jaren allemaal handel naast, zoals een kolenhandel. Want alleen van de molen konden wij niet leven.

Tot ongeveer 1950 werd er voor de boeren graan gemalen, maar die stapten toen massaal over op brokken voor het vee. Toen heeft mijn vader varkens laten mesten bij boeren op contract. De bedoeling was om zelf het voer voor deze varkens te malen op de molen. Zo wilden ze de molen aan de gang houden. Maar deze actie is ze destijds bijna fataal geworden. Gelukkig heeft het bedrijf deze slag overleefd,  maar we bleven er toch zaken naast doen. Mijn man doet nu nog steeds de veevoederhandel, dat is ook ontstaan om de molen mee te financieren.”

Gerjan vult aan: “Mijn opa leverde vooral veel volumeproducten aan de groothandel. Voor ons is dat de laatste jaren juist een markt waar we ons veel minder op richten. We leveren steeds meer producten rechtstreeks aan de consument.”

Moeder Jo vertelt: “Mijn schoondochter en ik stellen die nieuwe producten samen. We proberen ze allemaal uit en gaan op zoek naar de goede mix. Daarbij werken we zo puur mogelijk. Eigenlijk gaan we zoveel mogelijk terug naar de basis.”

Zo’n dertig procent van de grondstoffen voor de molen komt uit het Vechtdal.  De andere zeventig procent komt uit Duitsland. Gerjan: “Dat heeft met de kwaliteit van het graan te maken. Voor goed meel heb je een bepaald eiwitpercentage nodig en dat ligt bij graan uit het Vechtdal wat lager. We hopen het aandeel van Vechtdalgraan de komende jaren  iets op te hogen. Dat kan ook, als hier bijvoorbeeld meer spelt verbouwd zou worden. Spelt is een gezond gewas, licht verteerbaar. Daar is momenteel veel vraag naar.  Bij de molen hoort nog zo’n veertien hectare grond, dat hebben we na het beëindigen van de boerderij steeds verhuurd.  Op twee hectare daarvan hebben we nu voor het eerst zelf spelt gezaaid, volgend jaar zullen we zien hoe dat gaat werken.”

Moeder Jo vertelt wat je als molenaar in huis moet hebben. “Je hebt technische kennis nodig, maar ook commerciële vaardigheden. En zeker ook doorzettingsvermogen.”

Gerjan vertelt dat ze de komende jaren de afzet naar de consumentenmarkt flink willen vergroten.  “Daarvoor zal ik steeds nieuwe ingangen moeten vinden. We gaan nu al naar flink wat markten waar streekproducten verkocht worden. Het directe contact met de klant is leuk en het levert je ook nuttige informatie op over je producten. We merken dat veel mensen graag iets meer betalen voor gezond eten zonder toevoegingen. De komende jaren willen we ervoor zorgen dat ons product in het Vechtdal bekender wordt. We hebben nu vooral in Twente een groot afzetgebied, daar was al eerder een markt voor onze producten. De komende tien jaar moet dat ook in het Vechtdal.

We hopen in 2011 een bakkerij bij onze molen in te krijgen. Daar komt een bakker in die alleen bakt met meel van de molen. Uiteindelijk hopen we met deze molen een goede boterham te kunnen verdienen, zodat mijn gezin kan leven van de wind.”

Reacties