Geplaatst door: 
Verhaal

Herinneringen aan landgoed Mataram bij Dalfsen

Auteur: 
Ab Goutbeek

“Boeren hier op en rond landgoed Mataram bij Dalfsen, hebben op de nogal zanderige Vechtgronden altijd moeilijk kunnen boeren, De grond bevat van nature maar weinig mineralen. Je ziet hier dan ook bijna alleen maar kleine boerderijtjes”, vertelt Ab Goutbeek, zoon van de tuinknecht die op het landgoed bij tuinbaas Beumer werkzaam was. “Wij woonden in een klein keuterwoninkje in de buurschap Emmen, vlak bij het landgoed wat evenals de Mataram in eigendom was van Mr. J. A. G. baron de Vos van Steenwijk.”  

De geschiedenis van Mataram is nauw verweven met de geschiedenis van de Vecht. Goutbeek: “Op het landgoed zijn nog drie armen van de Vecht in het terrein te herkennen. Het zijn oude rivierrelicten van voor de jaartelling, toen van de Mataram nog  geen sprake was. In het verre verleden heeft de Vecht zijn loop verlegd naar het noorden. Deze armen omsloten twee rivierduinen waarvan de zuidelijkste het Hoge Franckeler genoemd werd”. Goutbeek laat een tekening zien uit 1767 waar het landgoed aanmerkelijk kleiner staat weergegeven. De Mataram had toen een formele aanleg in de Franse stijl met zichtlanen, kogelvangers, sterrenbossen en strakke waterpartijen. Aan het einde van de achttiende eeuw is dit alles omgevormd in een Engelse landschapspark met een glooiend landschap, bochtige grachtpartijen slingerpaden en boomgroepen in het open gedeelte. Deze zijn, naast de Franse elementen, nog nadrukkelijk op het landschap aanwezig. De vroegere Postwagen is er nog. Al is deze later veranderd en aangelegd als berceau waar de dames in de schaduw, niet gehinderd door de zon, konden wandelen.

Zelf is Goutbeek altijd bloemist in Dalfsen geweest. Zijn vader werkte als tuinknecht van tuinbaas Beumer bij de baron de Vos van Steenwijk, sinds 1933. Hier verdiende hij dan acht gulden per week mee en soms in de zomer met hele lange dagen tot twaalf gulden. Als jongen van zes kwam hij met zijn vader hier al. Het was er bijzonder mooi. Er waren prachtige  bloemenborders, een kas met druiven en vijgen, een vijver met waterlelies, vruchtbomen in vormsnoei, rozenbogen, mospaden en ook een roekenkolonie. In de oorlogsjaren wilde de landgoedeigenaar deze wat decimeren en vader Goutbeek kreeg de opdracht de nesten uit te halen. Met klompen aan klauterde hij de hoge eikenbomen in en haalde uit één boom wel 120 eieren. “Dat was in de oorlogsjaren een goede aanvulling op ons eten.Ook was er een reigerkolonie. Deze verdween toen er in de tweede wereldoorlog V-2 raketten vanaf Mataram afgeschoten werden naar Antwerpen.”

Goutbeek laat de grachtpartijen en de lage groene weilanden op het landgoed zien. “Deze herinneren nog aan de vroegere loop van de Vecht. Men kon op deze lage gedeelten het gemakkelijkst de waterpartijen en weilanden aanleggen. Het is de in 1800 uit Indië afkomstige eigenaar  J. M. van Rhijn, die toen de grachten rondom het vergrote landgoed liet uitdiepen door boeren uit de omgeving. Dit was in het lage gedeelte gemakkelijk te verwezenlijken maar daar waar de Mataram aan de hogere Emmer Es grensde, moest men aanmerkelijk dieper graven om water in de gracht te krijgen. De boeren uit de omgeving die het werk moesten klaren, zeiden dan ook tegen de eigenaar dat dit “gekkenwerk” was en nogal een kostbare zaak zou worden. Daar wilde de landgoed eigenaar niets van horen en zei: “Elk uur als de klok slaat, verdien ik een dukaat.” Met andere woorden: Bemoei je er niet mee.”

In de dertiger jaren voor de Tweede Wereldoorlog was het niet alleen tuinwerk dat verricht moest worden. Naast het tuin- en boswerk moesten er ook allerhande andere werkzaamheden worden gedaan. Goutbeek, “Mijn vader moest één keer per jaar de schoorstenen van het in ca. 1900 gebouwde huis vegen. Hij heeft toen van bovenaf met een boxje nog foto’s gemaakt van de ommuurde tuin bij het landhuis. Op een gegeven moment vond de baron dat toch te gevaarlijk voor hem worden en liet hij een professionele Italiaanse schoorsteenveger de klus klaren.

Reacties