Geplaatst door: 
Verhaal

Lucas Waterink: “Pas op voor de Vecht!”

“Ik werd geboren in 1936 op Anevelde. Wij woonden op nog geen 300 meter van de Vecht. Al sinds 1780 was deze plek in bezit van de familie Waterink. Het is nu een melkveehouderijbedrijf, mijn zoon zit er nu op. Maar vroeger hadden we ook nog een deel akkerbouw.

De Vecht is altijd een onderdeel van mijn leven geweest. Als kind kregen we vaak te horen: “Pas op voor de Vecht!” In ieder jaargetijde was er wel iets: in de zomer bij het zwemmen moest je op de stroming passen. In de winter bij het schaatsen was het ook opletten geblazen.

Mijn vader was een vergaderboer, hij vergaderde altijd. Dat kon ook: hij had op het bedrijf personeel. Hij was onder andere bestuurder bij het Waterschap. Daardoor was de Vecht vaak onderwerp van gesprek aan tafel. Ik heb de Vecht in al zijn geledingen meegemaakt.

De rivier is altijd aanwezig in het landschap en het is ook altijd een gespreksonderwerp. Je hebt het over het weer, maar ook vaak over de Vecht. “Wat zal ie doen?” vragen we ons dan af. Als het heeft gesneeuwd en het smeltwater er aan komt. Of als het lang geregend heeft. Ik woon nu al jaren niet meer bij de Vecht, maar ik ga toch nog wel eens bij de brug kijken naar de macht van het water. Dan ben je weer even stil van dat geweld.

 

Ik heb in 1964 het bedrijf van mijn vader overgenomen. Hij zat nog wel in de rogge en de aardappelen en daar werkten wij als kinderen ook intensief aan mee. De herfstvakantie was voor ons aardappelkrabvakantie… En als het tijd was voor de rogge, dan moest je de paarden mennen. Ik houd niet van paarden, ze hebben altijd wat. Toen we in 1953 onze eerste tractor kregen, was ik daar dan ook erg blij mee. Tractoren zeuren niet.

Ik bouwde het bedrijf langzaam om tot volledig melkveehouderij. In 1968 bouwden wij een ligboxenstal, de tweede van Overijssel. Die stal werd gebouwd voor tachtig koeien. Het melken hebben we lang gedaan met het roto-systeem, maar mijn zoon is sinds kort helemaal over op de robots. Ik heb altijd gezegd dat het zover niet zou komen, maar het is toch gebeurd. Er komen geen mensenhanden meer aan te pas. En ik vind het prachtig. Mijn zoon heeft nu een sociaal leven, veel meer dan het in mijn tijd kon. Hij kan nu een keer wat langer van huis of een keer uitslapen. En samen eten met zijn gezin. Het melken gaat toch wel door. Zijn eerste gang ’s ochtends is niet de stal in, maar naar de computer. Alles wat afwijkend is, staat daar genoteerd. Dan gaat ie de stal in, om al die afwijkende gevallen te bekijken en er wat aan te doen als het nodig is.

Zijn bedrijf staat nu wel min of meer onder druk. We hebben bij het bedrijf geen uiterwaarden, maar daar wordt nu misschien toch naar toe gewerkt. Wat ze vervolgens met die uitwaarden gaan doen, dat is niet duidelijk. Worden het wetlands bijvoorbeeld? Dan wordt het bedrijf op die plek lastig. Het waterschap zegt dat de dijk op deze manier niet veilig meer is en daar geloof ik helemaal  niets van.

De dijk zoals ie er nu staat is in 1960 gebouwd. Het is heel veilig, nog steeds. Mijn vader heeft zich er enorm voor ingezet dat die dijk er kwam. In 1946 hebben we onder water gezeten, dat wilde hij niet weer. Ik was tien jaar toen. Om vijf uur ’s morgens kwamen de dijkwachten aan de deur: “Waterink, de dijk is door,” zeiden ze. Alles moest weg.

Voor het hele verhaal van Lucas Waterink open document.

Reacties