Geplaatst door: 
Verhaal

Wim van Lenthe - De onberekenbare Vecht

Het verhaal van Wim van Lenthe over de huidige en oude Vecht bij Oudleusen en de invloed die de Vecht heeft (gehad) in het gebied.

 

De onberekenbare Vecht

De Vecht is een onberekenbare rivier. ’s Zomers is ze heel kalm en vriendelijk, ’s winters kan ze heel ruw en meedogenloos zijn. Dat is nu zo en dat was vroeger zo. Talloze generaties bewoners van het Vechtdal hebben in voortdurende min en onmin met de Vecht geleefd. Met min, want ze gingen er bewust vlakbij wonen, en met onmin, want ze kregen er voortdurend natte voeten.

Afzonderlijk en met vereende krachten hebben de bewoners getracht de rivier te beteugelen. Eind 19e eeuw resulteerde dat in bochtafsnijdingen, gevolgd door de bouw van stuwen, begin 20e eeuw. Het water zou nu alleen langs toegestane boorden gaan en het peil zou worden gereguleerd. Maar – haha!- ook ondergronds neemt de Vecht haar eigen loop. Om niet te zeggen: de Vecht neemt gewoon een loopje met de ingenieurs van Waterstaat. Op tal van plaatsen in het Vechtdal regelt de waterstand zich naar de stand van de Vecht, tot op wel een paar kilometer afstand: dan staat de kelder opeens weer vol water.

Ja, de Vecht is niet alleen een onberekenbare, maar ook een slimme jongen. Intuïtief voelt de rivier aan waar ze naar toe moet, naar de lage streken en die liggen hier in het noordwesten. Op ontelbare plaatsen heeft de rivier telkens getracht uit te breken, als het water hoog kwam en de noord-zuidwester storm het water terug joeg, stroomopwaarts.

Het water wilde wel in westelijke richting, stroomafwaarts gaan, maar dat was zonder tegenwind al moeilijk genoeg door al die (haarspeld)bochten. En als de storm je dan ook nog eens parten speelt, kun je van het water niet verwachten dat het braaf een bocht naar links en nog weer een bocht naar rechts neemt, steeds maar tegen de wind in. Ben je betoeterd! Het water volgt dan maar al te graag een uitweg, het liefst achter de essen langs of er tussen door, lekker beschut, wie doet je wat. Ja, wie doet je wat? De Vecht mag dan een slimme jongen zijn, de bewoners zijn ook niet voor de poes. Overal waar bij hoog water de Vecht wil uitbreken, wonen boeren die een zijl (in het dialect ziel) zeg maar duiker, afsluiten. Dat zijn de Zielmannen, die dat doen. Zij behoeden de lage gronden voor een overstroming. En dan zijn er ook nog boeren die met schoppen gewapend naar de diepste steeg tussen de essen gaan om daar een dijkje te leggen. Haha, Vecht, we zullen je wel leren, we houden je mooi tegen. De Vecht gromt en kromt haar rug, achter het dijkje, slaat er wat om zich heen en vormt een bekken.

De restanten van dat boeren-nooddijkje liggen in de Holleweg bij Oudleusen, vlak achter de dijk die het waterschap er in de jaren zeventig van de vorige eeuw heeft aangelegd. Eerder, in de jaren zestig, werd deze weg in het kader van de ruilverkaveling een meter opgehoogd. Was dit niet gebeurd, en was er nadien geen dijk aangelegd, dan hadden de boeren bij het hoogwater in maart 1981 en ook later nog opnieuw met de schop naar de Holleweg gemoeten. Want nog steeds ligt het gebied “Om de Landskroon” grotendeels op het vroegere niveau van de Holleweg (toen Zandsteeg).

In het huidige landschap van “Om de Landskroon” is met name bij aanhoudende droogte duidelijk te zien waar de Vecht ondergronds langs stroomt, waar de capillaire werking voortduurt. Je ziet dan dezelfde slingervorm als bij de Vecht zelf. Komend vanaf de Holleweg is er een forse zwenking naar links (het Harmhuis, kaart 1832) en vervolgens naar rechts (Het Heijink en Overdorp) te zien.

Direct noordelijk van het Harmhuis stond ooit het door een gracht omgeven huis “de Olde Grave” (de oude gracht). Noordelijk langs het Harmhuis was lang het restant van een watergang aanwezig. Verderop in de Pierik, westelijk van de kleine es (afgegraven in de jaren zeventig) is nog een restant van een waterloop aanwezig.

Het verschil tussen vochthoudende en droge grond is langs de weg “Om de Landskroon” ook af te lezen aan de ontwikkeling van de eiken die tijdens de ruilverkaveling zijn geplant. Waar deze eiken voldoende vocht en mineralen vinden, blaken ze van welstand, op andere plaatsen zijn ze veel beknopter.

Waar het droog en waar het nat is, blijkt eveneens uit de situering van de oude boerderijen. Zonder uitzondering staan deze boerderijen met het achterhuis naar het natte gedeelte, en vaak ook met de ‘götte’, de plaats waar de melkbussen werden gewassen. Het voorhuis ligt wel een of twee treden hoger dan de deel. Begrijpelijk, want je woont graag droog en wilt niet graag dat gier en mest langs de voordeur drijven.

Veel boerderijen mochten dan althans met het woongedeelte uit de gevarenzone blijven, of dit overal zo was? Ten noorden van de Hessenweg zijn de gronden op veel plaatsen lager, veel lager. Oppassen geblazen dus. Gelukkig hield de boer op het Zielman (voorop ’t Slag) de zaak goed in de gaten en is het wellicht geen wonder dat ook de boer tegenover de Dorpsstege (oostelijke eind “Om de Landskroon”) bekend stond als Zielman. Op deze beide plaatsen viel het Vechtwater te vrezen.

Ook aan de huidige Maneweg staat nog een boerderij, die bekend is als Zielman, aan de rand van de buurtschap ’t Holt. Ook daar kwam vroeger het vechtwater langs, misschien wel vanaf de Poel (een soort bekken), als het door westenwind opgestuwd werd over het weerdje. Via de Maneweg had hier het noordelijke achterland water te duchten. En misschien dat vanaf de Poel ook wel water verdween richting “de Gracht”, de weg die in noordwestelijke richting liep, naar de cluster van boerderijen in de bocht van de Hessenweg.

Verderop in oostelijke richting, ter hoogte van de Oudleuser Maan/het Hongerveld, heeft de Vecht ongetwijfeld ook steeds haar best gedaan om richting de Peeze en/of de Stouwe te ontsnappen. In Welsum, ter hoogte van de huidige Haringweg, trachtte de rivier ook telkens haar kansen te grijpen. In het opgestoven, beboste terrein is – evenals bij Oudleusen en ’t Holt- overduidelijk een natuurlijke coupure (doorsnijding) zichtbaar. Het water wilde hier maar al te graag langs boerderij Broekhaar afvloeien in de richting van het Welsummerveld of via het oude tracé van de Hofmanssteeg – westelijk van Splinter- richting de Oosterdalfsersteeg. Ter regulering werd even verderop echter een waterleiding aangelegd, om overlast te vermijden. Onbetwist dat ook hier iemand een oogje in het zeil moest houden. Treffend dat ook hier aan de andere kant van de doorsnijding van de hoge gronden een boerderij staat – hoe kan het ook anders- met de naam Zielman. De vierde Zielman op een rij. Over zo’n korte afstand. Overal waar de Vecht eruit kan vliegen staat een Zielman klaar om het zijl te sluiten.

Een verrassende ontdekking dus: overal waar de Vecht wil ontsnappen, staat een Zielman paraat om het te beletten. Maar niet minder verassend is de ontdekking dat zich zowel bij de coupure in Welsum, als die bij Oudleusen en die bij ’t Holt, dat zich op die drie plaatsen een clustering van oude boerderijen bevindt. De vroegere bewoners – ga maar eens terug naar de middeleeuwenzochten de plek op, waar de Vecht op de loer lag, maar ook: waar de grond het vruchtbaarste was.

In het ‘vruchtbare land Gosen’, hier een soort Vechtdelta, zoals het land Gosen in Egypte in de Nijldelta: mens en dier zouden er geen hongersnood kennen. De mensen vestigen zich hier op de grens van nat en droog, waar dieren (op het land en in het water) voorhanden waren en waar zij, mensen, het ook wel zouden redden.

Via de Vecht hadden bewoners ook contact met andere streken. Ze dreven handel via de Vecht en bij Oudleusen werden de goederen kennelijk gelost ( en mogelijk geladen) aan de oostelijke wal van wat nu bekend staat als “de Olde Vechte”, achter de es, mooi uit de koude oostenwind en bovendien vlakbij de eerste boerderijen. Geen schipper die vanaf Zwolle kwam die er over dacht ook nog de lus van de Vecht te nemen. Vlak langs de oever liep hier een weggetje, komend vanaf de Oudleuser steeg (n “Om de Landskroon”) en afzwenkend naar de Hof te Leusen (ofwel het Koddenhuis). Bovendien waren er op een steenworp afstand zovel het Schippershuis als herberg De Crone.

Schippers die verder in oostelijke richting voeren, of degene die vanaf Ommen kwamen, hebben misschien ook wel aangelegd ter hoogte van de Poel, waarlangs immer ook een weggetje het noorden in liep. Wie weet is die poel in het stokoude verleden wel een echte baai geweest en sleep het Vechtwater de bocht uit in wat nu het bosje is bij huis De Waterman (zoals het ooit heette).

Voor wie er oog voor heeft vertelt het Vechtdallandschap zijn eigen verhaal. Uit westelijke richting vanaf de oude Vecht komend is daar links het bosje op de oude Vechtoever. Je ziet hier ook waar de Oude Vecht vandaan komt, maar om de bocht is niet zo veel te zien, de uiterwaarden zijn geëgaliseerd. Maar dan een eind verder blijkt dat de rivier zich in de bocht waar nu bankjes staan ver in de es heeft ingevreten. Wat moet het water hier tekeer zijn gegaan, je zou haast zeggen je ziet het nog aan de putten in de oude bedding in het natuurlijke weiland. En dwars door die oude Vechtbedding is ten tijde van de ruilverkaveling de zandweg aangelegd, zoals ook in de Holleweg: enerzijds mooi, maar anderzijds toch met weinig respect voor het verleden.

Maar men keek toen met andere ogen, net als men tientallen jaren eerder alleen dacht: hoe kunnen we die Vecht bedwingen. Kijk een, hoe die bocht hier steeds ruimer wordt, nog even en het water van de Vecht breekt domweg de es door tot aan het brede deel van de Zandsteeg. Dat mag niet! Laten we de bochten van de vecht afsnijden, en stuwen maken. Dan kunnen de schippers blijven varen en lopen wij, op het land, geen gevaar dat de Vecht hier helemaal heer en meester wordt. Ja, kijk maar een hoe de Vecht hier als een kwaaie slang zijn bek openspert richting de Zandsteeg, en zijn gevaarlijke tong als een gaffel tussen de duinen steekt op Goos’Binnen. Dat komt door die vervelende bochten. Het water wil niet naar het westen en komt terug. En als de boeren dan de Zandsteeg dichtgooien, dan moet het water wel een retourtje nemen, tussen de duinen door. Nee, mensen dat gaat niet goed, dat gaat de verkeerde kant uit. Het water moet naar het westen en het gaat naar het oosten. Dat is niet meer normaal. Kom, normaliseren die rivier!

Ja, de Vecht nam gewoon een stukje es, maar natuurlijk pak je – zodra dit kan- wel weer een stukje akker terug, want het moet toch niet gekker worden. De boeren ploegden dus gewoon maar wat van de es af, het gat in, dat is daar inde bocht aan de Oude Oever nabij de Holleweg te zien, ook in de eerste bocht rechts van de Holleweg (de bocht moet ook ruimer zijn geweest) en verderop aan het begin van het bosje bij de Waterman net zo. De Vecht neemt, maar de boer pakt je wel terug, lelijke Vecht.

Maar de Vecht neemt niet allen, ze geeft ook. Net ten oosten van de Holleweg gaat het Vechtland vloeiend over in de es, het is daar de binnenbocht en daar laat de rivier met gulle hand wat zand achter. Natuurlijk, als je water hebt, dan heb je ook een wal, in drassig gebied heb je droge randen. Rondom het komvormig “Om de Landskroon”konden de mensen vanaf bijvoorbeeld Oelders binnendoor over het pad langs de esrand lopen, zelfs achter Brinkman langs, om dan het weggetje tussen het koren door naar Dalfsen te nemen, voor de zondagse kerkgang. Zo hielden ze de voeten droog en de kleren schoon. Als ze tenminste niet naar het Evangelisatiegebouw in Oudleusen gingen. Een gebouw dat in 1952 een waardige opvolger kreeg in het kerkje van architect Jan Jans, dat werd gebouwd op grond van herberg de Landskroon.

Zo’n vijftien jaar later werd achter de kerk verenigingsgebouw de Wiekelaar gebouwd. Dat gebouw

tobde jarenlang met water in de kelder. ‘Een oude wel’, werd gezegd. Tja, er liep hier vroeger ergens een diepe sloot. Misschien toch de onderhuidse werking van de Vecht? En die vervelende scheur in de fraaie toog boven het koor in de kerk? Toch niet op vaste grond gebouwd? De Vecht blijft een onberekenbare jongen, er valt niet mee te spotten. En of je nu een evenement organiseert op het lage land nabij de Olde Egge of op het lage evenemententerrein noordelijk van de huidige kom, het water wil op geen van beide plaatsen weg, het wil er alleen maar komen.

Zo is het ook aan de Stokte nabij de laaggelegen Haringweg en op het weerdje, westelijk van de oude Vechtarm. In 1981 – en ook later- ging het water bij de haringweg de weg de Stokte over en stond het bij het weerdje kantje boord. De Vecht blijft een gevaarlijke tegenstander en weet nog steeds als geen ander de zwakke plekken in de verdedigingslinie van de opponenten te vinden. Zo blijft het maar doorgaan. De Vecht is soms zo onaanraakbaar, zo ongenaakbaar, laakbaar en nimmer maakbaar. Maar o zo boeiend.

 

Wim van Lenthe

Reacties